Bosrand: bos / gras en kruidenbegroeiing
Biotopengroep: Combinaties
lengte (m)
Een bosrand is naam voor de overgangsvegetatie van bos naar lage vegetaties zoals bloemrijk grasland en bloemrijke ruigte. Zo'n overgang wordt ook wel mantel of zoomvegetatie genoemd. Bij de bosrand is er nog de invloed van het nabije bos (beschaduwing, bladval, minder wind).
Oever: water / gras en kruidenbegroeiing
Biotopengroep: Combinaties
lengte (m)
Oever gras is een geleidelijke overgang van water naar grazige landvegetatie. De term natuurvriendelijke oever wordt hier ook wel gebruikt (NVO). Een dergelijke overgang levert meer voor biodiversiteit op dan een afzonderlijke watergang of grazige vegetatie omdat juist in die overgang typische plantensoorten kunnen gedijen en sommige diersoorten be
Oever: water / bomen en struiken
Biotopengroep: Combinaties
lengte (m)
Deze oever vormt de overgang van een watergang naar bos. Een flauw talud biedt goede mogelijkheden voor een gevarieerde oevervegetatie waar diverse soorten flora en fauna baat bij hebben. Boomtakken die in het water hangen vormen schuilplaatsen voor o.a. vissen.
Oever: water / steen (harde oever)
Biotopengroep: Combinaties
lengte (m)
De oever water/steen is een overgang van een vijver of watergang naar een kademuur, kunstwerk of ruïne. Het contact van water en steen maakt dat de muur voor een deel vochtig is. Dat levert bijzondere vegetatie op.
Steen/bos
Biotopengroep: Combinaties
lengte (m)
Steen/bos is waar gebouwen of muren in bossen of parken staan. Steen voegt een extra biotoop toe aan het bos voor muurplanten en kan dienen als verblijfplaats voor fauna zoals insecten, vogels en vleermuizen.
Steen/gras
Biotopengroep: Combinaties
lengte (m)
Steen gras is de plaats waar steen en bloemrijke vegetaties aan elkaar grenzen. Steen houdt warmte vast en schept daardoor een extra microklimaat. Bepaalde kruiden profiteren daarvan en groeien juist aan de voet van de muur, zoals klein glaskruid.
Park: gras, water, bos
Biotopengroep: Combinaties
oppervlakte (m2)
In een park komen verschillende biotopen bij elkaar die samen voor (bepaalde) organismen een volledig habitat vormen. Zo kunnen vleermuizen in oude bomen verblijven en voedsel zoeken boven water en bloemrijke vegetatie.